Perspectief tekenen

Perspectief tekenen beschouw ik als één van de belangrijkste onderdelen van het tekenen.

Een tekenaar heeft voor zich een plat vlak, in de vorm van een tekenblaadje. Dit blad heeft een hoogte en een breedte, maar geen ruimte of diepte.

De ruimte nemen wij waar met onze ogen, door het beeld van ons netvlies, waarop de lengte en de breedte van de voorwerpen geprojecteerd wordt.
 Deze projectie blijft overigens zonder diepte. Het netvlies heeft ook geen diepte.  Wilt u meer weten over het oog? Klik dan hier

Tussen het waarnemende voorwerp en ons oog bevindt zich een laag atmosfeer. Hoe groter de afstand , des te meer atmosfeer. De kleur verliest zijn helderheid naarmate de afstand groter wordt.
Neem maar als voorbeeld een bos waar alle bladeren lekker groen en herkenbaar zijn. Kijkt u tussen de bomen door naar verder afgelegen groen, dan ziet u een bepaald kleurverschil. Ook is het niet meer te zien hoe het blad eruit ziet. Wanneer we nu over een zelfde bosje spreken, dan zie je dat de kleur wel anders is. Het wordt dan blauwgroen of zelfs lila. Door de kleurverandering weet u onbewust dat de afstand groter is.

Het kleiner worden van objecten is eenvoudig waar te nemen als u door een venster kijkt. Het venster kunt u eenvoudig maken met uw vingers, diaraampje of een vierkant stukje geknipt uit een stuk karton. Voor het buiten tekenen is het een handig hulpmiddel om een vierkantje te gebruiken. Als u op een weg staat waar lantaarnpalen staan, dan kunt u de eerste lantaarnpaal niet in het venster krijgen, maar de lantaarnpaal aan het einde van de straat zal wel in het venster passen. De kleinere lantaarnpaal wordt op ons netvlies geprojecteerd. Het tafereel wat zich op het netvlies voordoet vervangen wij tekenaars dit op tekenpapier en geven het waargenomen verschijnsel weer.

We hebben het nu gehad over ruimte en diepte. Maar uiteindelijk werken we onbewust al met een horizon.
Wat is nu een horizon? 
Een horizon is een waterpaslijn op oneindige afstand dat gelegen is op ooghoogte. In mijn lessen komen we zeker met het tekenen van een horizon in aanraking.
Een horizon kan zich boven, onder of op gelijke hoogte met het te tekenen voorwerp bevinden.
Een goed voorbeeld van een horizon is de scheiding tussen hemel en aarde in de uitgestrekte polder of tussen hemel en zee aan het strand. Dit laatste is de grootste mogelijke afstand die we kunnen waarnemen.
De horizon is dus gelijk aan onze eigen hoogte ten opzicht van het voorwerp. Alles wat hoger is dan onze ogen tekenen we boven de horizonlijn.
De lijnen die we kunnen trekken van een voorwerp naar de horizon verdwijnen allemaal in de horizon. We noemen dit verdwijnpunten. Als je op het spoor zou staan en dan de rails zal volgen dan zie je dat de rails allemaal verdwijnen in de horizon.

Belangrijk om te onthouden: