Post-impressionisme


VAN GOGH'S Stijl van schilderen

Lesbrief 5

Leeftijd: 8-?




Doelstelling:

De leerlingen leren de vaardigheden van Van Gogh en gaan deze vaardigheden ook toepassen.


Benodigde materialen:


  • Van Gogh ‘s schilderijen:
    • Sterrennacht (zie 1e schilderij)
    • Zelfportret (zie 2e schilderij)
    • Irissen (zie 3e schilderij)
  • Wit papier voor het schilderen
  • Verschillende kleuren verf acryl
  • Kwasten (verschillende formaten)
  • Potjes met water


Werkwijze


  1. Kijk eerst eens goed naar het 1e schilderij “de Sterrennacht”.
  2. Praat met anderen wat je ziet en hoe de schilder heeft gedacht.
  3. Kijk goed naar de wind. Vraag aan anderen hoe Van Gogh zijn penselen gebruikte om zo de wind te creëren. Kan je ook zien welke kleuren blauw hij heeft gebruikt en hoe hij de schaduw heeft vorm gegeven?
  4. Probeer zijn manier van schilderen eens uit.
  5. Schilder 2/3 van het papier donkerblauw met ronddraaiende bewegingen en vul de rest van de lucht met wit. Vermeng alle verf op het papier. Van Gogh deed dit ook.
  6. Schilder de lucht, door met de smalle penselen grote sierlijke of draaiende bewegingen te maken. Dit geeft de indruk van vele kleine windvlagen
  7. Wanneer je werk af is, vraag je aan de anderen of ze dezelfde vaardigheden hebben toegepast.
  8. In de volgende les gaan de leerlingen weer de achtergrond bekijken en laat dan de kinderen vertellen en demonstreren hoe ze het schilderij van Van Gogh hebben proberen te schilderen.

Nu gaan de kinderen goed naar het dorp en de bergen kijken. Vervolgens gaan ze het dorp en de bergen schilderen.

  1. In de volgende les gaan de kinderen kijken naar een ander schilderij (de Irissen). De kinderen eindigen dan met het schilderen van deze Irissen na eerst goed te hebben gekeken hoe Van Gogh dit schilderij heeft gemaakt.
  2. Wanneer iedereen de schilderijen klaar heeft, kunnen ze in een vervolgles proberen
    een zelfportret te maken op de manier van Vincent van Gogh.